Zzp’ers houden er vaak een tweede inkomstenbron op na

Recentelijk zijn de inkomstenbronnen van zzp’ers onderzocht door het CBS. Uit het onderzoek blijkt dat veel werkenden met een zzp-inkomen er nog een andere inkomstenbron op na houden. Van de in totaal 1.457.000 werkenden met een zzp-inkomen in Nederland heeft ruim de helft een tweede inkomstenbron.

Voor zo’n 60 procent van de zzp’ers is het zzp’erschap de hoofdinkomstenbron. Dit zijn 909.000 werkenden, waarvan het grootste deel (653.000 werkenden) geen neveninkomen heeft. Een klein deel, zo’n 256.000 werkenden, van deze groep heeft wel een inkomen naast het zzp’erschap. Van de 548.000 werkenden waarbij het zzp-inkomen het neveninkomen is, ontvangen 330.000 werkenden een neveninkomen uit loondienst. Daarnaast ontvangen 138.000 zzp’ers inkomen uit pensioen. Een kleinere groep van respectievelijk 46.000 en 34.000 werkenden ontvangt neveninkomen uit een uitkering of is student.

Uit deze cijfers blijkt dat het zzp’erschap voor veel mensen een belangrijke inkomstenbron is. Ook kan het een manier zijn om te doen wat men echt leuk vindt, wat blijkt uit de cijfers omtrent de neveninkomsten. mensen werken bijvoorbeeld in loondienst, maar doen er werk als zzp’er naast waarin zij kunnen doen wat zij leuk vinden. Ook kan het zzp’erschap een manier zijn om aansluiting op de arbeidsmarkt te blijven behouden of verkrijgen. In ieder geval laat het onderzoek zien dat de flexbrache, en het zzp’erschap in het bijzonder, een belangrijke bijdrage levert aan de Nederlandse economie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *